Kwaliteit

Kwaliteit

De kwaliteit van Auris College Rotterdam wordt bepaald door verschillende aspecten. Al deze aspecten zijn even belangrijk en vormen samen de kwaliteitszorg. Door op een onderdeel te klikken vind je meer informatie over waar Auris College Rotterdam staat, wat de ambities zijn en hoe daar naar toe gewerkt wordt. De plannen en ambities komen ook terug in het school- en/of jaarplan. Deze vind je op de pagina onze school.

Cliëntervaringsonderzoek

Om de tevredenheid van ouders, leerlingen, medewerkers (bv. leraren, onderwijsassistenten) en onze specialisten (bv. logopedisten, orthopedagogen) in kaart te brengen, wordt elke twee jaar het cliëntervaringsonderzoek (CEO) afgenomen. Alle medewerkers, specialisten, ouders en leerlingen ontvangen een digitale vragenlijst met vragen. De vragen gaan onder andere over: onderwijs, begeleiding, ontwikkelingsperspectief, communicatie, ouderbetrokkenheid en procedures. De antwoordschaal bestaat uit oneens (1), meer oneens dan eens (2), meer eens dan oneens (3) en eens (4). Hieronder zijn de resultaten van het CEO van 2023 te zien. De resultaten op het gebied van (sociale) veiligheid worden apart weergegeven onder ‘Veiligheid’.

Na afloop van het onderzoek organiseren wij een stakeholderreview. Dit is een gesprek waarbij de teamleider, medewerkers, specialisten en ouders de resultaten bespreken. Aan de hand van dit gesprek wordt bepaald waar de school staat, waar we willen staan en hoe we daar komen. De school is trots op de hoge rapportcijfers van leerlingen (8,1) , ouders (7,4) en medewerkers (7,1).

De volgende verbeterpunten zijn geformuleerd:

  • Ouders en leerlingen waarderen de manier waarop de school en de ouders met elkaar communiceren. Toch wordt dit nog wel lager gewaardeerd dan op andere Auris scholen. Het verschil wordt veroorzaakt door een lagere score op vragen rondom begrijpelijke taal en uitleg van het OPP; duidelijkheid van regels en afspraken. Ouders willen in sommige situaties weten wie zij moeten aanspreken (de vakleerkracht of de mentor) en op welke termijn daarop gereageerd wordt.
  • Medewerkers willen de ouders meer betrekken bij het onderwijs en samen met hen doelen opstellen. Ouders willen dat het onderwijs nog beter aansluit op de leefwereld van de leerlingen.
  • Hoewel de afgelopen jaren de gebarenvaardigheid verder verbeterd is, blijft dit een aandachtspunt voor zowel leerlingen, ouders als medewerkers. Ook de woordenschatontwikkeling blijft een prioriteit voor zowel ouders als medewerkers.
  • Bij medewerkers is er behoefte aan meer duidelijkheid omtrent procedures rondom het arrangement, stage en uitstroom. Een heldere focus op de uitstroombestemming van de leerlingen is daarbij van belang.

 

Om deze verbeterpunten te realiseren zijn de volgende actiepunten geformuleerd:

  • Gebaarvaardigheid: intensieve gebarenscholing op maat voor alle medewerkers en ontwikkeling van een D/SH cultuur op de school.
  • Effectief werken: doelgericht werken afgestemd op de behoeften en belevingswereld van de leerlingen, daarnaast inzetten op maatschappelijke ontwikkelingen,
  • Helder beleid en betere afspraken om ouderbetrokkenheid in brede zin te intensiveren.
  • Heldere regels en afspraken die voor iedereen bekend zijn, deze worden door team en leerlingen consequent nageleefd: meer aanspreken op gedrag.

Veiligheid

Wij willen graag dat iedereen zich veilig voelt op school. Daarom wordt jaarlijks de veiligheidsmonitor afgenomen. Dit is een vragenlijst waarmee het gevoel van veiligheid op de school in kaart wordt gebracht. Om het jaar wordt deze vragenlijst tegelijk afgenomen met het CEO, dan vullen ook ouders, medewerkers en specialisten de vragen in. Het andere jaar is de veiligheidsmonitor een losse vragenlijst enkel voor leerlingen.

 

Om rekening te houden met de mogelijkheden van al onze leerlingen zijn vier versies van de vragenlijst voor leerlingen beschikbaar:

 

  • een versie met de vragen en tekst;
  • een voorgelezen versie met tekst;
  • een versie met op elke pagina één vraag ondersteund door NmG;
  • een versie met op elke pagina één vraag met NGT.

 

De antwoordschaal bestaat uit oneens (1), meer oneens dan eens (2), meer eens dan oneens (3) en eens (4). De stellingen in de rubriek Sociale veiligheid 2 zijn negatief geformuleerd en hebben een omgekeerde antwoordschaal: nooit (1), soms (2), vaak (3) en altijd (4). Een lagere score op deze schaal geeft dus aan dat de leerlingen een hogere sociale veiligheid ervaren. Hieronder zijn de resultaten weergegeven voor de leerlingen, aangezien zij ieder jaar bevraagd worden.

* Let op, hier geldt een andere antwoordschaal

 

Over het algemeen voelen de leerlingen zich veilig op school. Wel zien we dat de cijfers van sociale veiligheid 1 iets gedaald zijn. Bij sociale veiligheid 1 moet gedacht worden aan of kinderen zich veilig voelen op school; ze het naar hun zin hebben in de klas; de leerkrachten helpen om pesten op te lossen. Bij sociale veiligheid 2 is de score ook iets gedaald maar omdat het hier om negatieve vraagstelling gaat, betekent het dat hoe lager de score hoe prettiger de leerlingen zich voelen. Het gaat het om vragen zoals; ik word op school gepest door andere leerlingen en ik ben bang voor andere leerlingen.

 

Leerlingen, ouders en medewerkers willen dat de sociale veiligheid nog verder verbeterd. Eén van de actiepunten om de sociale veiligheid te verbeteren is het actualiseren van het beleid met betrekking tot sociale veiligheid.

Uitstroom en bestendiging

Wij houden bij naar welk niveau onze leerlingen uitstromen. Ook houden we bij of leerlingen uitstromen volgens de verwachte uitstroombestemming in het ontwikkelingsperspectief en of leerlingen twee jaar na het uitstromen nog steeds op dezelfde bestemming zitten (bestendiging). Deze gegevens worden jaarlijks door de Onderwijsinspectie uitgevraagd over het afgelopen schooljaar.

 

Onze vso-leerlingen worden voorbereid op de toekomst. Zij kunnen uitstromen naar verschillende bestemmingen. De meest voorkomende bestemmingen zijn:

  • het regulier voortgezet onderwijs;
  • een mbo-opleiding;
  • een (begeleide) arbeidsplaats;
  • dagbesteding

 

In schooljaar 2021-2022 zijn in totaal 20 leerlingen uitgestroomd. Als een leerling uitstroomt naar een andere vso school of naar het regulier voortgezet onderwijs spreken we van tussentijdse uitstroom. Als een leerling uitstroomt naar vervolgonderwijs of gaat werken spreken we van einduitstroom. 1 leerling is binnen 6 weken weer uitgeschreven, deze wordt in de berekeningen niet meegenomen.

 

Er zijn 10 leerlingen tussentijds uitgestroomd. Van de tussentijdse uitstroom is 100% het regulier voortgezet onderwijs gegaan. Dit is hetzelfde als voorgaande jaren.

Er zijn 9 leerlingen eind uitgestroomd. Hiervan is 78% vervolgonderwijs gaan volgen en is 22% uitgestroomd naar arbeid. Vergeleken met vorig jaar is een hoger percentage vervolgonderwijs gaan volgen.

Uitstroombestemmingen

In 2021-2022 is van alle uitgestroomde leerlingen (tussentijds en einduitstroom) het grootste deel (42%) uitgestroomd naar niveau vmbo bbl + kbl; dit is een hoger percentage dan vorig jaar (36%). Verder is 37% uitgestroomd naar mbo niveau 1.

Ambitie van de praktijkroute (uitstroombestemming) 2021-2022

Einduitstroom: 

  • 10 % van de leerlingen stroomt uit naar een Entree college
  • 50 % van de leerlingen stroomt uit naar vervolgonderwijs, mbo 2
  • 30 % van de leerlingen stroomt uit naar (beschutte) arbeid
  • 10 % van de leerlingen stroomt uit naar dagbesteding

Tussentijdse uitstroom: 

  • 5 % van de leerlingen stroomt tussentijds uit naar regulier (praktijk)onderwijs

Maatschappelijke ontwikkelingen bepalen mede of deze ambitie haalbaar is.

 

Ambitie van de praktijkroute (uitstroombestemming) 2022-2023 

De populatie op het Auris College verandert sterk. De ambities voor schooljaar 2022-2023 wijken daardoor af van eerdere ambities.

 

Einduitstroom: 

  • 0 % van de leerlingen stroomt uit naar een Entree college
  • 0 % van de leerlingen stroomt uit naar vervolgonderwijs, mbo 2
  • 80 % van de leerlingen stroomt uit naar (beschutte) arbeid
  • 20 % van de leerlingen stroomt uit naar dagbesteding

 

Tussentijdse uitstroom: 

  • 5 % van de leerlingen stroomt tussentijds uit naar regulier (praktijk)onderwijs

 

Ambitie van het vmbo (uitstroombestemming) 2021-2022 en 2022-2023

  • 10 % van de eerstejaarsleerlingen stroomt na leerjaar 1 uit naar een medium arrangement verzorgt op het reguliere vmbo.
  • 10 % van de tweedejaarsleerlingen stroomt na leerjaar 2 uit naar een medium arrangement verzorgt op het reguliere vmbo.
  • 100 % van de leerlingen stroomt na de onderbouw uit naar regulier onderwijs (hoogstwaarschijnlijk via een medium arrangement).

 

Uitstroombestemming volgens OPP

Wij houden bij of de uitstroombestemming overeenkomt met de verwachting in het ontwikkelingsperspectief van twee jaar geleden. Van de uitgestroomde leerlingen is 89% uitgestroomd volgens de verwachting die twee jaar eerder is vastgesteld in het ontwikkelingsperspectief. De ambitie is dat 90% van de leerlingen uitstroomt volgens de verwachting van twee jaar eerder. De school heeft deze norm net niet behaald, het gaat hierbij om 1 leerling die boven verwacht niveau is uitgestroomd.

*  Dit schooljaar is zowel de einduitstroom als de tussentijdse uitstroom meegenomen, in tegenstelling tot enkel de einduitstroom in de jaren erna.

 

Bestendiging

Tot slot hebben we in kaart gebracht of de leerlingen die in schooljaar 2020-2021 zijn uitgestroomd, op 1 oktober 2022 nog steeds op hetzelfde niveau zitten als waarnaar zij zijn uitgestroomd. Dit is voor 81% van de leerlingen het geval. Vorig jaar was dit voor 86% van de leerlingen het geval. De school streeft naar 90% bestendiging, dit is dit jaar helaas niet behaald.

Conclusies en actiepunten

  • Conclusies:

Waar wij onze streefnormen niet behalen is dit een gevolg van de kleine aantallen leerlingen die uitstromen. Een leerling die niet is bestendigd heeft een grote invloed op de behaalde resultaten. De normen waar wij naar streven zijn ambitieus opgesteld. We zijn trots op de bereikte bestendiging.

 

  • Actiepunten:

De komende jaren zullen we opnieuw aandacht geven aan de ondersteuning van onze leerlingen, waarbij we ons focussen op de oorzaken van een eventuele niet-bestendiging. Hier zullen we ons aanbod op aanpassen zodat we ook deze leerlingen een zo goed mogelijke kans bieden op meedoen aan de samenleving.

Sociaal emotioneel welbevinden

Praktijkroute

Binnen de praktijkroute wordt het sociaal emotioneel welbevinden jaarlijks in kaart gebracht m.b.v. de SCOL (bovenbouw) en de Kanjervragenlijsten (onderbouw). Hierbij is het belangrijk dat we rekening houden met het feit dat de SCOL niet genormeerd is voor deze doelgroep, en de uitkomsten dus officieel niet betrouwbaar zijn.

 

De leerlingen van de praktijkroute onderbouw werken in schooljaar voor het eerst met de vragenlijst van de kanjertraining.

 

De ambities voor hoe leerlingen zichzelf voelen zijn:

 

  • 75% valt binnen de norm van pesten en gepest worden.
  • 75% valt binnen de norm bij zich sociaal vaardig opstellen.
  • 75% valt binnen de norm bij negatieve gevoelens / somberte.
  • 75% valt binnen de norm bij vriendschap.

 

De ambitie voor de leerlingen van de praktijkroute bovenbouw is dat tenminste 75% de gestelde norm van de SCOL haalt per categorie:

 

Aardig doen 3,25
Samen spelen en werken 3,33
Een taak uitvoeren 3,33
Jezelf presenteren 3,0
Een keuze maken 3,0
Opkomen voor jezelf 3,25
Omgaan met ruzie 3,0

 

De ambitie voor de leerlingen van de praktijkroute bovenbouw is dat tenminste 75% de gestelde norm van de SCOL haalt per categorie. De resultaten van de SCOL afname schooljaar 2018-2019 zijn opvallend laag. Slechts enkele leerlingen behalen de gestelde norm. Uit evaluatie met het team blijkt dat er onduidelijkheid is over de toepassing van de termen ‘soms’ en ‘regelmatig’ bij het invullen van de SCOL. Deze onduidelijkheid blijkt er ook bij leerlingen te zijn. De afname bij de klassen uit de praktrijkroute blijkt hierdoor niet betrouwbaar te zijn. Er zal scholing plaats moeten vinden met betrekking tot het invullen van de SCOL. Hierna zal nogmaals een afname gepland worden.

 

De resultaten van het CEO en de veiligheidsmonitor in februari 2019 laten zien dat er geen directe zorgen zijn met betrekking tot sociaal emotioneel welbevinden. Aandachtspunten met betrekking tot pesten (online) en welbevinden in de klassen is hier wel als aandachtspunt uitgekomen.

 

Ambitie vmbo

Op het Auris College Rotterdam wordt in de vmbo route de sociaal emotionele ontwikkeling gevolgd met de scorelijsten van de Kanjertraining. Hiermee is in schooljaar 2017-2018 gestart. De onderstaande ambities zijn gesteld op basis van de resultaten van vorig jaar. In mei 2019 worden de uitkomsten van scorelijsten met betrekking tot welbevinden van de Kanjertraining afgenomen en geanalyseerd. Op basis van deze uitkomsten kan naar trends gekeken worden door de leerjaren heen.

 

De ambities voor hoe leerlingen zichzelf voelen zijn:

 

  • 80% valt binnen de norm van pesten en gepest worden.
  • 80% valt binnen de norm bij zich sociaal vaardig opstellen.
  • 80% valt binnen de norm bij negatieve gevoelens / somberte.
  • 80% valt binnen de norm bij vriendschap.

Leeropbrengsten

De leeropbrengsten worden jaarlijks in kaart gebracht met diverse toetsen.

 

Vmbo

In alle leerjaren wordt het CITO-volgsysteem gebruikt. Daarnaast worden methodegebondentoetsen afgenomen en toetsen van Nieuwsbegrip met betrekking tot begrijpend lezen. De resultaten van deze toetsen zijn terug te vinden op de leerlingrapporten.

 

Ambitie:

 

  • 100% van de vmbo leerlingen heeft na 1 jaar onderwijs een betere vaardigheidsscore op alle onderdelen van de citotoets 0.
  • 75% van de leerlingen behaalt in klas 1.2 op alle onderdelen een score van vmbo bb lwoo niveau
  • 20% van de leerlingen behaalt in klas 1.2 op alle onderdelen een score gelijk of hoger dan vmbo bb niveau.
  • 5% van de leerlingen behaalt in klas 1.2 een score lager dan vmbo bb lwoo niveau.
  • 75% van de leerlingen behaalt in klas 2 op alle onderdelen een score van vmbo bb niveau.
  • 20% van alle leerlingen behaalt in de klas 2 op alle onderdelen een score gelijk of hoger dan vmbo kb niveau.
  • 5% van de leerlingen behaalt in klas 2 een score lager dan vmbo bb.

 

Praktijkroute

In de praktijkroute worden methodegebondentoetsen afgenomen, de resultaten hiervan worden verwerkt in de leerlingrapporten. Daarnaast wordt op onderstaande wijze de leeropbrengst in kaart gebracht:

 

  • Technisch lezen: afname in leerjaar 1,3 en 5. (leerlingen die mogelijk uitstromen naar regulier pro of uitstroom onderwijs jaarlijks).
  • Cito-toetsen: 2 keer per jaar: november en april.
  • TNT/RNT: 1 keer per jaar (feb/mrt) voor de leerlingen met uitstroom onderwijs.

 

Ambitie:

 

  • Leerlingen met uitstroomperspectief arbeid behalen als uitstroomniveau ‘op weg naar 1F’ voor Nederlands en rekenen.
  • Leerlingen met  uitstroomperspectief vervolgonderwijs behalen voor als uitstroomniveau ‘1F’ voor Nederlands en rekenen.
  • Voor leerlingen met uitstroomperspectief dagbesteding is geen norm gesteld voor de gebieden Nederlands en rekenen. Bij deze doelgroep staat voorop dat ze zo zelfredzaam zijn als mogelijk in dagelijks functioneren.

 

De ambitie is dat 75% van de leerlingen met uitstroomperspectief vervolgonderwijs of arbeid jaarlijks vooruitgang laat zien op alle onderdelen van de citotoets. Het streven is een gemiddelde van 10% ten opzichte van het eigen niveau.

 

 

Evaluatie

De resultaten van de TNT en RNT laten zeer wisselende resultaten zien. Uit analyse van deze gegevens blijkt geen systematisch verband tussen leeropbrengsten en lesinhoud te zijn. De resultaten geven onvoldoende sturing aan de lesinhoud. De toetskalender 2019-2020 zal worden bijgesteld. Er zal alleen nog vakoverstijgend getoetst worden met de CITO-toets praktijkonderwijs en de technisch leestoets. ​

Inspectie

De onderwijsinspectie doet eens in de vier jaar een uitgebreid onderzoek bij het bestuur en de scholen van Auris. Hiermee onderzoeken ze of alle leerlingen onderwijs krijgen van voldoende kwaliteit. En of scholen voldoen aan de wet- en regelgeving en of ze hun financiën op orde hebben. De onderwijsbesturen zijn hiervoor verantwoordelijk en daarom doet de inspectie een uitgebreid onderzoek bij ieder bestuur.

 

In 2019 is de Stichting Onderwijs Koninklijke Auris Groep voor het laatst beoordeeld. De kwaliteit van het onderwijs is beoordeeld met een voldoende. Het laatste rapport is te vinden op  de website van de onderwijsinspectie (zoek op ‘Stichting Onderwijs Koninklijke Auris Groep’). Op deze pagina zijn ook de specifieke resultaten per school te vinden.

 

Meer informatie over de onderzoeken van de inspectie is te vinden op de  website van de onderwijsinspectie.

Interne audits

Minimaal elke vier jaar vindt een interne audit op de school plaats. Het auditteam komt dan langs op de school en onderzoekt of de school werkt volgens de goede procedures. De laatste interne audit heeft plaatsgevonden in 2015. De school is toen positief beoordeeld.

Professionalisering

De ontwikkeling van onze medewerkers staat niet stil. Intern organiseren wij verschillende studiedagen en daarnaast nemen onze medewerkers ook actief deel aan diverse exteren cursussen en opleidingen. Voorbeelden hiervan zijn:

 

  • Cursus gebarentaal
  • Teach like a Champion
  • Met Woorden in de Weer.